|
De geschiedenis van het Christen ZionismeDeel 9: Vluchteling uit een vijandige wereldIn het vorige hoofdstuk lazen we over de belangrijke rol, die de Verenigde Staten en verscheidene van zijn presidenten hebben gespeeld in de wedergeboorte van de moderne staat Israël. In dit hoofdstuk willen we verder gaan en bestuderen wat deze boodschap de wereld in zijn geheel te vertellen heeft over de Joodse terugkeer, volgens de beloften van de Bijbel. Voordat we daarop ingaan, haal ik eerst iets aan wat David Ben Goerion, de man die de wedergeboorte van de Joodse staat Israël op 15 mei 1948 aankondigde, zei: "Eretz Israel, het land Israël, was de geboorteplaats van het Joodse volk. Hier werd hun geestelijke, religieuze en politieke identiteit gevormd. Hier kregen ze voor het eerst soevereiniteit, schiepen ze culturele waarden van nationaal en universeel belang, en gaven aan de wereld het Boek der boeken. Dienovereenkomstig verklaren we hierbij de oprichting van de Joodse staat van Eretz Israel, die bekend zal staan als Medinat Israel (de staat Israël)." Nadat hij het principe en de doelstellingen van de staat geschetst had, eindigde hij met te zeggen: "Terwijl we onze hoop op de Almachtige vestigen, ondertekenen we deze Verklaring op deze zitting van de Voorlopige Raad van de Staat op de grond van het thuisland in de stad Tel Aviv op deze Sjabbatsavond op de 5 Iyyar 5708. " (volgens de Joodse kalender). Boodschap voor de hele wereld: God houdt zich aan alle beloften. (de volgende delen van deze studie werden hoofdzakelijk aangehaald uit "Bible Briefing", een bijlage van de "Middle East Digest" januari 1997 geschreven door Stan Goodenough en uitgegeven door de Internationale Christelijke Ambassade, Jeruzalem, Israël.): Het Joodse volk is dus weer terug in het land met haar eigen staat. Een schuilplaats tegen het antisemitisme en hun vijanden, de eerste in bijna tweeduizend jaar. Maar door dit alles heen, spreekt God niet alleen tot Israël, want in feite is de wedergeboorte van Israël vandaag één van Gods boodschappen aan de hele wereld. De wedergeboorte van het Joodse thuisland samen met het voortdurende massale terugkomen van de Joden uit de wereld naar hun thuisland is een krachtige boodschap van God naar de mensheid toe. Sinds het einde van de 19e eeuw, toen de eersten in grote getale aankwamen in een ontzettend kaal en verwaarloosd land van het Ottomaanse Rijk, eens het land Israël, kwamen honderdduizenden Joden vanuit meer dan honderd landen samen. Precies volgens de oude bijbelse beloften en profetieën. We lezen in Ezechiël 34: 12-15,28: "Zoals een herder naar zijn kudde omziet, wanneer hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik naar mijn schapen omzien en ze redden uit alle plaatsen waar zij verstrooid zijn geraakt op de dag van wolken en duisternis. Ik zal ze midden uit de volken doen uittrekken, uit de landen bijeenvergaderen en ze naar hun eigen land brengen; Ik zal ze weiden op de bergen van Israël, bij de beekbeddingen en in alle bewoonde streken van het land. In een goede weide zal Ik ze weiden, en op de hoge bergen van Israël zal hun weideplaats zijn. Daar zullen zij zich legeren op een goede weideplaats en zullen zij in een vette weide grazen, op de bergen van Israël. Ik zelf zal mijn schapen weiden, Ik zelf zal ze doen neerliggen, luidt het woord van de Here HERE: Dan zullen zij de volken niet langer tot een prooi zijn; het wild gedierte der aarde zal ze niet meer verslinden, maar zij zullen veilig wonen, zonder dat iemand hen opschrikt." Jeremia 32: 37,38,47: " Zie, Ik verzamel hen uit al de landen, waarheen Ik hen in mijn toorn en gramschap en grote verbolgenheid zal verdreven hebben, en Ik zal hen naar deze plaats terugbrengen en hen veilig doen wonen; zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn; Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel." Velen van de wereld verwerpen de Joodse claim op het Beloofde Land en de claim dat zij terugkeerden naar een land met malaria verwekkende moerassen, een land met woestijnen, en dat bijna volkomen ontbost was. In plaats daarvan heeft de wereld Arafats propaganda en leugens geslikt. Arafat, die de V.N. in 1974 vertelde: "De joodse invasie begon in 1881. Palestina was toen een groen gebied, hoofdzakelijk bewoond door Arabische mensen." Maar ooggetuigenverslagen van honderden bezoekers naar het land in de 18e en19e eeuw beschreven hoe God Zijn belofte tot op de letter hield, nl. dat het land verwaarloosd zou worden en grotendeels leeg zou blijven tijdens de tijd van de Joodse verstrooiing. Leviticus 26:33 zegt: "Maar u zal Ik onder de volken verstrooien en Ik zal achter u het zwaard trekken, en uw land zal een woestenij zijn en uw steden een puinhoop." En Zacharia 7:14: "Ik zal hen als een stormwind heendrijven naar allerlei volken die zij niet kennen, en achter hen zal het land verwoest worden, zodat niemand daarin heen en weer trekt." Een Franse dichter, Alphonse de Lamartine, schreef in 1835: "Buiten de poorten van Jeruzalem zag ik inderdaad geen levend ding. Ik hoorde geen levend geluid. We troffen dezelfde leegte, dezelfde stilte, aan, die we ervaren zouden hebben bij de begraven poorten van Pompeii of van Griekenland. Een volledige eeuwige stilte heerst in de stad, op de wegen, op het platteland; het graf van een heel volk." In 1867 beschreef Mark Twain de Jezerel vallei, die nu in Galilea met gras begroeid is, als zijnde verstoken van een enkel dorp: Galilea als 'een onbevolkte woestijn'; Jericho is een verrotte ruïne; Bethlehem als onverzorgd door enig levend schepsel en het beroemde Jeruzalem als een arm dorpje." "Palestina ligt in as" klaagde hij, "Het is een hopeloos, kostbaar, diepbedroefd land." En dat was zo tot ongeveer veertien jaar later toen er een begin kwam aan de terugkeer van de Joden en zij het beloofde land gingen opbouwen zoals God in Jeremia 33:7 beloofde: "Ja, Ik zal een keer brengen in het lot van Juda en Israël en hen opbouwen als weleer;" En in Ezechiël 36: 34,35: "Het verwoeste land zal weer worden bewerkt, in plaats van een woestenij te zijn voor het oog van iedere voorbijganger. En men zal zeggen: Dit land dat verwoest was, is geworden als de hof van Eden; de steden die, verwoest en vernield, in puin lagen, zijn weer versterkt en bewoond." We staan met God middenin de nog grotere beloften voor Israël, die Hij gegeven heeft. De tweede en laatste terugkeer van het Joodse volk naar het Beloofde Land. Hoe dor en kaal was het land voor de Joodse terugkeer, die in grote mate in 1948 begon, maar die eigenlijk met verschillende immigratiegolven al honderd jaar geleden begon. Vervolgde Joden, die uit Europa en vooral uit Rusland, kwamen, legden de malaria verwekkende moerassen droog en zorgden ervoor dat de woestijn ging bloeien als een roos. Vandaag, meer dan honderd jaar nadat die terugkeer in de eindjaren van de achttiende eeuw, stromen de Joden nog steeds het Beloofde Land binnen. Sinds december 1989 zijn in acht jaar tijd een derde van alle Joden in de voormalige Sovjet Unie, bijna 700.000 mensen teruggekeerd. "Alyah" is het Hebreeuwse woord voor terugkeer (eigenlijk betekent het 'opgaan'. Men gaat op naar Jeruzalem). Elk jaar weer gedurende honderden en duizenden jaren hebben de Joden Gods opdracht trouw gehoorzaamd om het Pascha te vieren; dankbaar voor de tijd toen God hen uit de Egyptische slavernij heeft bevrijd, en Hij de eerstgeborenen van Egypte, waaronder de eigen zoon van de Farao, neersloeg. Het maakt niet uit, of ze in het Beloofde Land woonden of in ballingschap, en het maakt niet uit onder welke omstandigheden zij leefden, in tijden van vrede en voorspoed, of dat ze onder vervolgingen leden, de kruistochten, pogroms, verbanningen, Inquisitie en Holocaust, de Joden hebben steeds dank aan God uitgebracht dat Hij hen bevrijd heeft en naar het Beloofde Land heeft gebracht. En toch zegt de Bijbel dat deze tweede en laatste inzameling van de Joden, waar we nu getuigen van zijn de grote Pascha gebeurtenis zal overschaduwen. Jeremia 16:14-15 zegt: "Daarom zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat niet meer zal gezegd worden: Zo waar de HERE leeft, die de Israëlieten uit het land Egypte heeft gebracht, maar veeleer: Zo waar de HERE leeft, die de Israëlieten heeft doen optrekken uit het Noorderland en uit al de landen waarheen Hij hen verdreven had; ja, Ik zal hen terugbrengen in het land dat Ik aan hun vaderen gegeven had." Ja, door Israël letterlijk thuis te brengen heeft God een aankondiging gemaakt, een banier voor de volken- één die ze niet kunnen negeren, hoe ongeliefd het ook is- die de wereld confronteert met de realiteit van Gods eeuwig bestaan: Zijn onverminderde soevereiniteit; en Zijn onbeperkte macht. Jesaja 11:11,12 voorspelt het ook: "En het zal te dien dage geschieden, dat de Here wederom ( de eerste was de terugkomst uit Babylon) zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van zijn volk, die overblijft in Assur, Egypte, Patros, Ethiopië, Elam, Sinear, Hamat en in de kustlanden der zee. En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde." En ook in Ezechiël 36:23 en 36: "Ik zal mijn grote naam die onder de volken ontheiligd is, die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de HERE ben, luidt het woord van de Here HERE, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u de Heilige zal betonen. Dan zullen de volken die om u heen overgebleven zijn, weten, dat Ik, de HERE, herbouwd heb wat vernield was en beplant heb wat verwoest was. Ik, de HERE, heb het gesproken en Ik zal het doen." God vertelde Jozua dat Hij hen uit Egypte had gehaald om hen naar het Beloofde Land te brengen, en vandaag is het zeker dat God hen teruggebracht heeft om hen te zegenen in het land en om hun natuurlijke erfenis nog meer te laten toenemen, maar hen tot Hemzelf terug te brengen. Het grote doel is nog grotendeels onvervuld: de geestelijke wedergeboorte van het Joodse volk in het land. De inzameling van de Joden heeft eeuwenlang het stof uit de ogen van de christenen doen waaien. Ze zijn zich ervan bewust geworden dat de natie Israël nog steeds haar oorspronkelijke, buitengewone, speciale plaats in Gods doel voor de mensheid inneemt. Niettemin blijft ingewortelde antisemitisme de lenzen verkleuren waardoor vele christenen deze ongelooflijke terugkeer observeren. Want al erkennen zij dat de Joden in elk land waar ze door de jaren heen toevlucht hebben gezocht, opgejaagd en gekweld zijn geworden, miljoenen christenen geloven nog steeds dat Joden naar hun oude thuisland zijn teruggebracht om slechts meer van Gods woede en oordeel te ontmoeten - om hen op de knieën te krijgen. Dit staat echter niet in de Bijbel. De Bijbel is erg duidelijk wat dit betreft. De verstrooiing uit het land was een vloek. Het herstel naar het land is een zegen - eerst fysiek en dan geestelijk. Wat belooft de Bijbel aan het verzamelde Israël? Psalm 80, de Herder van Israël wordt gesmeekt om Zijn aanschijn te doen lichten over het verstrooide volk Israël; niet om Zijn woede over hen uit te storten, en een einde te maken aan "we zullen gered worden". Psalm 102:14 zegt: "Gij zult opstaan, U over Sion erbarmen, want het is tijd haar genadig te zijn, want de bepaalde tijd is gekomen." Jeremia, Ezechiël, Micha, Zefanja beloven dat de Joden terug zullen keren en veilig zullen wonen en niemand zal hen angst aanjagen. Jeremia 31:10 belooft: "Hoort het woord des HEREN, o volken, verkondigt het in verre kustlanden en zegt: Hij, die Israël verstrooide, zal het verzamelen en het behoeden als een herder zijn kudde." In Jesaja 41: 8-16 vertelt God tegen het verzamelde Israël: "Vrees niet, zie niet angstig rond"; Hij beloofde dat Zijn rechtvaardige hand (niet hun eigen zelfrechtvaardiging) Israël zal ondersteunen; en :" Zie, allen die tegen u in woede ontstoken zijn, staan beschaamd en worden te schande; de mannen die u bestrijden, worden als niets en komen om." In Ezechiël 20: 41 staat: "Als in een liefelijke reuk zal Ik behagen in u hebben, wanneer Ik u voer uit het midden der volken. Dan zal Ik u uit de landen waarin gij verstrooid zijt, bijeenbrengen en Mij aan u de Heilige betonen ten aanschouwen van de volken." In Zefanja 3:15 belooft Hij dat Hij Israëls gerichten weg zal nemen en haar vijanden weg zal vagen en dat zij geen kwaad meer zullen vrezen. En in Deuteronomium 30:9, Jeremia 32:41, Jesaja 62:5 en Sefanja 3:17 belooft God dat wanneer Hij Israël terugbrengt en haar in het Land plant, Hij zich met blijdschap en met gejubel over haar verheugen zal.
» Deel 8: De Verenigde Staten van Amerika |
| ||||||