|
Psalm 137: Zing het Lied van de Heer
Dit is een stuk uit de lezing van Joël Baker tijdens Communion Night van het Loofhuttenfeest 2001. Aan Babels stromen, daar zaten wij, ook weenden wij, als wij Sion gedachten. Aan de wilgen aldaar hingen wij onze citers; want daar begeerden zij die ons gevangen hielden, van ons een lied, en zij die ons mishandelden, vreugdebetoon: Zingt ons een der liederen van Sion. Hoe zouden wij des Heren lied zingen op vreemde grond? Indien ik u vergete, o Jeruzalem, zo vergete mij mijn rechterhand; mijn tong kleve aan mijn verhemelte, als ik uwer niet gedenk, als ik Jeruzalem niet verhef boven mijn hoogste vreugde. Reken, o Here, de kinderen Edoms de dag van Jeruzalem toe; hun die zeiden: Breekt af, breekt af, tot op de grond ermee! Gij, dochter van Babel, ter verwoesting bestemde, gelukkig hij, die u zal vergelden hetgeen gij ons hebt aangedaan; gelukkig hij, die uw kinderen zal grijpen en tegen de rots verpletteren (Psalm 137). Op 11 september veranderde de wereld voor altijd. Het koken en schudden gaat door met gewelddadige verwachting als een vulkaan die op uitbarsten staat of een moeder die op punt staat te bevallen. Ramp, tragedie en shock volgen elkaar zo snel op dat zelfs gelovigen dreigen weggevaagd te worden. Gedurende een tijd, die net zo moeilijk was, vroeg de psalmist: 'Hoe zouden wij des Heren lied zingen op vreemde grond?' Hoe kunnen we feest vieren in een tijd van rouw? Hoe kunnen we het getuigenis van Jezus veilig stellen in ons leven wanneer vrees en paniek ons omgeven? Drie principes uit Psalm 137 worden bijzonder relevant voor ons gedurende deze uitdagende tijden. Ten eerste, gedenken we dood. Met schokkende, eerlijke taal gedenkt de Psalmist de verwoesting van Jeruzalem en de ondragelijke dood van geliefden. Evenzo moeten we crisis, moeilijkheden, verdriet en dood erkennen als onvermijdelijk en soms zelfs als noodzakelijk, in een gevallen wereld. We moeten niet in ontkenning leven of net doen alsof alles ‘wel goed’ is, noch mogen we een shock voorwenden of toegeven aan wanhoop. Jezus waarschuwde ons voor deze dagen in Mattheüs 24 en voorzegde dat het nog erger zou worden. Bovenal gedenken we Zijn dood als een tragische noodzaak voor de hele mensheid. Ten tweede, terwijl we de dood gedenken, worden we er niet door beheerst, want de dood is verzwolgen in de overwinning van Jezus’ eigen dood en opstanding. Daarom kunnen we van het Leven genieten. De Psalmist was vastbesloten om Jeruzalem boven zijn hoogste vreugde te verheffen, teneinde bovenal de zaken van God te gedenken, of anders zijn eigen vermogen tot leven te vergeten. Israël werd door God geboden voor Zijn aangezicht feest te vieren (Exodus 23; Leveviticus 23) hoe de omstandigheden ook waren. Ze werd geacht zich te verheugen, niet als dwazen of in zorgeloze overgave of vergetelheid, maar doelbewust de dood gedenken, en het leven kiezen! Bij de vreugde van een Joodse bruiloft, wordt er een glas gebroken onder de voet van de bruidgrom, wat doet denken aan de verwoesting van de Tempel. Bij de vreugde van het Paasfeest, worden 10 druppels wijn uit de Beker der Dankzegging genomen wat herinnert aan het lijden van de Egyptenaren onder de plagen waardoor God ons bevrijdde. Paulus spoort ons aan om ons altijd te verheugen en in alles te danken. Petrus moedigt ons aan om ons te verblijden zelfs wanneer we in moeilijkheden zijn. Het is het onderscheidende kenmerk van de geloofsgemeenschap dat we het leven vieren terwijl we de ‘dood’ gedenken. Ten derde, moeten we doen wat God ons te doen geeft! 25 jaar geleden deelde mijn oude Joodse professor Hebreeuws met ons de gedachte dat de beste manier om Psalm 137:2 te begrijpen is, dat zij niet hun harpen aan de bomen hingen en weigerden te zingen, maar veel meer dat zij snaren aan hun harpen ‘hingen’ en juist wel zongen. De dood gedenkend, en onder grote druk, zongen ze met gebroken hart de vreugdevolle liederen van Sion. Zij deden wat hen te doen stond. Psalm 97:1 verklaart: 'De Heer regeert; dat de aarde juicht.' Het Hebreeuwse woord dat hier vertaald wordt met ‘juichen’ is letterlijk ‘spinnen’. Het juiste antwoord van de aarde op de geweldige waarheid dat God regeert is om te ‘spinnen’, namelijk, om te doen wat je gegeven is om te doen. Evenzo moeten we doen wat God aan een letterlijk ‘spinnen’. Het juiste antwoord van de aarde op de geweldige waarheid dat God regeert is om te ‘spinnen’, namelijk, om te doen wat je gegeven is om te doen. Evenzo moeten we doen wat God aan een we woorden van hoop uitspreken naar hen die geen hoop hebben, begrip tonen voor hen die in de war zijn en liefde naar hen die bang zijn. Trouw hiermee doorgaan, totdat we het laatste glas horen breken onder de voet van onze Hemelse Bruidegom, Jezus, wanneer 'er geen dood meer zal zijn'.
|
| ||||||